Fluisteringen in de schemering

Begin 1900 was de Twentse textielindustrie nog volop in beweging. Megs installatie is gebaseerd op foto’s uit die periode. Verbeeld worden drie van haar voormoeders: Gesina Maria Niemeijer (1902-1989) uit Lonneker, Johanna Smit (1874-1945) uit Enschede en Marie Amélie Raick (1884-1965) uit Oldenzaal. Drie monumentale ‘pixelportretten’ van 3,5 x 5,5 meter, elk opgebouwd uit 1870 vierkantjes gekleurde stof. Ze wiegen, waaien, ritselen en ademen mee op het ritme van de wind. Wanneer je dichter bij het beeld komt, wordt het portret steeds onduidelijker en waziger. Hoe verder je ervan weg bent, hoe scherper het portret wordt.

De installatie vraagt aandacht voor een vergeten groep in de vaderlandse geschiedenis: onze voormoeders. De vraag die in deze installatie centraal staat is: wie zijn jouw voormoeders?

Onze voormoeders waren handelingsonbekwaam, ze werden ontslagen toen ze trouwden. Ongehuwd samenwonen was not done. Geboortebeperking des duivels. Een carrière buitenhuis was bijna onmogelijk. Gelijke kansen in ambitie, werk en inkomen, een droom. Eeuwenlang was het leven van de vrouw minderwaardig en stond het in dienst van de man. Daarom zijn in onze ‘vaderlandse’ geschiedenis vrouwen in het algemeen, en moeders in het bijzonder, vaak overschaduwd en verdwenen. Bijna niemand kent hun namen of geschiedenis. Jij wel? Dit kunstproject roept op om voormoeders zichtbaar te maken.